grammatica

Hun komen morgen, jou boek en het meisje die daar loopt. Dat zijn drie veel gemaakte grammaticafouten. Vandaag deel ik vijf veelvoorkomende taal- en spelfouten met jou en geef ik je tips om ze voortaan te voorkomen.

1. Hun komen morgen?

Met stip op één: het woord ‘hun’ gebruiken als onderwerp. Hun gebruik je als bezittelijk voornaamwoord (dus hun boek, hun auto, hun huis) of als meewerkend voorwerp (ik geef hun het boek), maar het onderwerp is nooit ‘hun’. Dus nooit: Hun komen morgen, maar: Zij komen morgen.

2. Dat is jou boek. Is dat met of zonder w?

Deze fout kom ik zo vaak tegen en eigenlijk is deze regel niet zo ingewikkeld. Gaat het om een bezittelijk voornaamwoord (jouw boek, jouw spullen) en staat dat direct voor het zelfstandig naamwoord (‘boek’) dan plak je er een ‘w’ aan vast. Anders niet. Dus het is Is dit jouw boek? en Dat boek is van jou (zonder w).

3. Wat vindt jij daarvan? Is dat met dt?

De klassieke dt-fout. Als jij direct achter het werkwoord staat is het zonder t.

4. Die of wat?

‘Het meisje die daar loopt’. Als je niet zeker weet of je die of dat moet gebruiken, kijk dan naar het zelfstandig naamwoord (dus in dit geval ‘meisje’). Bij de-woorden hoort ‘die’ (de jongen die) en bij het-woorden hoort ‘dat’ (het meisje dat).

5. Beter als jou?

Hij kan beter leren als haar zusje. Of moet het zijn Hij kan beter leren dan haar zusje?
Is er sprake van een vergrotende trap, dan schrijf je ‘dan’ (groter dan, meer dan, beter dan). Hij kan beter leren als dan haar zusje.
Gaat het om een vergelijking, dan schrijf je ‘als’ (even oud als, net zo groot als, net zo duur als).

Grammatica is vaak helemaal niet zo moeilijk. Je moet het alleen even weten.

Loading...

Blijf op de hoogte

Gratis tips en tricks voor je website ontvangen?

Je bent succesvol ingeschreven